Dichtbij, januari 2024 

“De jongen zat in de schommelboot in de huiskamer. Een zeer jong kind in een groot lijf. Kiki was al een paar keer eerder bij hem geweest. Toen ze in de buurt kwam, keek hij haar aan. En nog eens. En nog eens. En toen die grijns van oor tot oor. Graaiende lange armen in Kiki haar richting. Ze kwam voorzichtig iets dichterbij. Er was handcontact. De jongen ontspande zijn handen en keek rustig voor zich uit.”
“Toen besloot hij dat het tijd was voor een omhelzing. Zijn armen zwaaiden rond het lijf van Kiki. Zijn vingers kwamen in Kiki haar mond terecht en zijn krullenbol begroef zich in Kiki’s nek. Hij duwde zijn hoofd stevig tegen dat van Kiki aan en zijn hand ging naar Kiki haar keel. Zo kon hij de trillingen voelen van de bizarre geluiden die Kiki maakte. Het maakte hem steeds weer aan het lachen.”

“Kiki’s hoedje lag al op de grond, de veer en vlinder waren eraf gevlogen, het vlechtje was uitgehaald en het elastiekje lag verdwaald in de schommelboot. Onstuimig, maar o zo puur. Lang hebben we zo innig dichtbij gezeten. Hij ontspande in de omhelzing en genoot zichtbaar én hoorbaar van het contact. Zijn gezicht keek beteuterd toen Kiki met het muziekdoosje het einde van het contact aankondigde. Zo’n overgave raakt je in heel je wezen!”

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie