Op de knieën

“Ga weg met die gekke rode neus! Mijn vader is daar aan de overkant, ik wil naar hem toe! Wie helpt mij dan toch?!”

De mevrouw was boos, verdrietig en iedereen, ook miMakker Kiki, moest het bekopen. 

“Zal ik even een rondje met u over de gang lopen?” vroeg de medewerkster van de huiskamer van de gesloten afdeling waar mensen met dementie verblijven, vriendelijk. “Nee ik wil niet over de gang. Ik wil naar mijn vader!!” Met een zucht draaide de medewerkster zich om en ging anderen helpen.

Hoewel Kiki door de mevrouw ook de deur werd gewezen, schuifelde ze toch heel rustig naar de dame toe en ging achter haar rolstoel staan. Toen de dame begon te wijzen, “Ik wil daar naar toe! Wie helpt mij dan?”, zette Kiki de rolstoel rustig in beweging. De dame liet het toe en samen gingen ze de gang op. Er werd door de dame nog eens een opmerking gemaakt over die stomme rode neus, maar daarna zag je de spanning afnemen. Kiki zei niet veel, maar bleef bij haar. Ze gaf de dame haar hand, die de mevrouw vastpakte en niet meer los liet. “Ik weet het allemaal niet meer. Het is zo verwarrend!” zei de vrouw verdrietig en Kiki ging op haar knieën naast haar zitten en hield haar hand vast. “En nu krijg jij ook nog zere knieën van zo op de grond te zitten!” en er brak een glimlachje bij de dame door. Kiki strekte haar benen, maar bleef op ooghoogte en de hand vasthouden. Daardoor kwam ze in een bijzondere gehoekte houding en zo liepen ze samen verder door de gang. “We gaan naar Amsterdam!” zei de dame. Dat was een goed idee. En hoe bijzonder was het dat Amsterdam in de huiskamer bleek te liggen! 

 Achteraf moest ik denken aan het gedachtegoed van Anneke van de Plaats, dat mensen met dementie veel baat hebben bij empathie en geduld. Tja, wie eigenlijk niet?